Veelvoorkomende fouten en oorzaken van stroomtangen
Geen indicatie of onnauwkeurige indicatie
(1) Reden voor storing:
A. Laag batterijniveau: Klem-ampèremeters vereisen meestal een ingebouwde batterijvoeding. Als het batterijniveau laag is, kan het instrument defect raken of kan de indicatie onnauwkeurig zijn.
B. Onjuiste selectie van het meetbereik: Als het geselecteerde meetbereik niet overeenkomt met de grootte van de gemeten stroom, kan dit ook resulteren in een onnauwkeurige indicatie.
C. Slecht contact tussen de kaken: Slecht contact tussen de kaken en de gemeten draad kan verlies van magnetische flux veroorzaken, wat op zijn beurt de meetresultaten beïnvloedt.
D. Storing in de spoel: Als de spoel van de stroomtang niet goed functioneert, zoals draadbreuk, kortsluiting enz., kan dit ook leiden tot onnauwkeurige metingen.
(2) Oplossing:
A. Controleer het batterijniveau en vervang de batterij tijdig.
B. Selecteer het juiste meetbereik om er zeker van te zijn dat dit overeenkomt met de grootte van de gemeten stroom.
C. Reinig de kaken om goed contact met de geteste draad te garanderen.
D. Controleer en repareer spoelfouten, zoals het vervangen van beschadigde spoelen.
Storing op het beeldscherm
(1) Reden voor storing:
A. Laag batterijniveau: Een onvoldoende batterijniveau kan ervoor zorgen dat het scherm niet goed functioneert.
B. Schade aan het beeldscherm: Langdurig gebruik of onjuiste bediening kan schade aan het beeldscherm tot gevolg hebben.
C. Losse of kapotte verbindingsdraden: Losse of gebroken verbindingsdraden tussen het beeldscherm en het moederbord kunnen ook storingen in het beeldscherm veroorzaken.
(2) Oplossing:
A. Controleer het batterijniveau en vervang de batterij tijdig.
B. Vervang het beschadigde beeldscherm.
C. Controleer de verbindingsdraden tussen het beeldscherm en het moederbord en sluit deze opnieuw aan.
Overmatige fout
(1) Reden voor storing:
A. Magnetische veldinterferentie: De magnetische veldinterferentie vanuit de omgeving kan tot te grote meetfouten leiden.
B. Temperatuureffect: Klemmen op ampèremeters die in omgevingen met hoge of lage temperaturen werken, kunnen tot grotere fouten leiden.
C. Veroudering van het instrument: Langdurig gebruik of onjuiste bediening kunnen ervoor zorgen dat interne componenten van het instrument verouderen, waardoor de meetnauwkeurigheid wordt beïnvloed.
(2) Oplossing:
A. Probeer het gebruik van stroomtangen in omgevingen met sterke magnetische velden te vermijden.
B. Let op de omgevingstemperatuur om te voorkomen dat een te hoge of te lage temperatuur het instrument beïnvloedt.
C. Onderhoud en kalibreer de instrumenten regelmatig en vervang verouderde componenten tijdig.






