Zelfkalibratiemethode van biologische microscoop

Oct 13, 2024

Laat een bericht achter

Zelfkalibratiemethode van biologische microscoop

 

1 Doel
Deze methode specificeert de zelfkalibratiemethode voor biologische microscopen, waardoor wordt gegarandeerd dat de zelfkalibratie van biologische microscopen correct wordt uitgevoerd volgens de voorgeschreven methode.


2 Toepassingsgebied
Deze methode is toepasbaar voor de zelfkalibratie van biologische microscopen die in ons centrum worden gebruikt en gerepareerd.


3 Verantwoordelijkheden
3.1 De instrumentverantwoordelijke persoon moet deze methode strikt volgen, volgens schema kalibreren, gegevens bijhouden en kalibratierapporten uitbrengen.


3.2 Het afdelingshoofd beoordeelt de kalibratieresultaten.


3.3 De technisch leider brengt het kalibratierapport uit.


3.4 De apparatuurafdeling archiveert een kopie van het kalibratierapport.


Referentiedocument NL2985-1999 Biologische microscoop


5 Overzicht


6 Technische vereisten


6.1 Uiterlijk van het instrument
Het oculair, objectieflens, condensorlens en andere onderdelen zijn onbeschadigd.
De bewegende en roterende delen van de microscoop moeten comfortabel aanvoelen en mogen niet te strak of los zitten.


6.2 Beeldkwaliteit van het optische systeem
Schakel de lichtbron in, verklein de opening van het diafragma en controleer de mate van overeenstemming tussen het midden ervan en het midden van de opening van de condensor, de objectieflens en het oculair.


Observeer de stervlekplaat van lage vergroting tot hoge vergroting en verifieer de sferische aberratie, chromatische aberratie, coma en astigmatisme van de objectieflens.


6.3 De vergroting van de mechanische spiegel wijzigen
Draai de objectieflensconverter om de vergroting van de objectieflens te wijzigen en de centrale onscherpte van het beeldvlak te observeren.


6.4 Schaal en belettering
Alle schalen en inscripties op de microscoop moeten duidelijk en duidelijk zijn.


6.5 Verificatiecyclus
De biologische microscoop kent een kalibratiecyclus van één jaar.


7 Omgevingsomstandigheden voor kalibratie
Temperatuur: 25+2 graad, vochtigheid: 45%+2%


8. Belangrijkste meetapparatuur gebruikt voor kalibratie
Sterpuntbord, meetbereik: objectieflens ({{0}}) X, * maximaal toegestane fout: 0,1%.


9 Kalibratieresultaten
Kalibreer volgens deze methode en breng een rapport uit, en oordeel op basis van de technische specificaties in de instrumenthandleiding

 

3 Digital Magnifier -

Aanvraag sturen